Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,als
(feitelijk)bestuurder van een rechtspersoon
te weten( [bedrijf]
, (voorheen genaamd [bedrijf] ) zijnde deze rechtspersoon bestuurder van
)[bedrijf] (voorheen genaamd [bedrijf] ) welke bij vonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage op 21 mei 2013 in staat van faillissement is verklaard, (telkens)
(al dan niet)ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeiser(s) van genoemde rechtspersoon niet, althans niet volledig heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10 eerste Pro lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en/of het bewaren en/of tevoorschijn brengen van boeken en/of bescheiden en/of gegevensdragers als in dat/die artikel(en) bedoeld;
en/of (indirect) [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], althans een ander, heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een hoeveelheid kip (/kiproducten twv 254.891,98 euro bij [benadeelde 1] en/of 300.321,04 euro bij [benadeelde 2] ), door zich voor te doen als [directeur/eigenaar] van [bedrijf] en/of in die hoedanigheid vervolgens afspraken te maken met voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2]
en/of (indirect) [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4]en/of voor te wenden de facturen met betrekking tot voornoemde hoeveelheid kip te betalen en/of [bedrijf] ) voor te doen als bonafide afnemer met voldoende draagkracht;
3.Vrijspraak
,aldus de verdachte.
4.De vorderingen van de benadeelde partijen
.