ECLI:NL:RBDHA:2020:5216
Rechtbank Den Haag
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Italië op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om zijn overdracht aan Italië te voorkomen totdat op zijn beroep tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt beslist. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (verweerder) heeft zich niet verzet tegen deze voorlopige voorziening, mede vanwege de coronamaatregelen die de overdracht momenteel onmogelijk maken.
De voorzieningenrechter overweegt dat het niet passend is een voorlopige voorziening toe te wijzen om een belang te beschermen dat niet aan de verzoeker toekomt, maar aan het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Bovendien is het beroep van verzoeker inmiddels ongegrond verklaard in een andere zaak, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L.M. Kos en griffier M.A.J. Arts, zonder openbare zitting vanwege de coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overdracht aan Italië wordt afgewezen.