ECLI:NL:RBDHA:2020:5258
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV is geweigerd op grond dat zij meer dan 65% van haar loon kan verdienen. Na bezwaar heeft het UWV het besluit gehandhaafd. Eiseres stelde dat haar beperkingen en klachten zijn onderschat en dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, onderbouwd met rapporten van een bedrijfsarts en psychiater.
De rechtbank overwoog dat het UWV zijn besluiten mag baseren op zorgvuldige rapporten van verzekeringsartsen. De primaire arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerden dat eiseres beperkingen heeft maar wel in staat is tot arbeid onder bepaalde voorwaarden. De rechtbank erkende de deskundigheid van de psychiater maar stelde dat de vertaling van psychische klachten naar arbeidsmogelijkheden het vakgebied van de verzekeringsarts is.
Een onafhankelijke verzekeringsarts werd benoemd om de beperkingen te beoordelen, maar eiseres weigerde mee te werken aan dit onderzoek. Hierdoor kon de rechtbank niet aannemen dat het UWV onvoldoende beperkingen had vastgesteld. De weigering van de WIA-uitkering werd daarom terecht gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.