ECLI:NL:RBDHA:2020:5548
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoekers hebben bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvragen zijn op 24 april 2020 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van deze asielaanvragen. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om overdracht te verbieden totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank inmiddels op de beroepen heeft beslist (zaaknummers NL20.9527 en NL20.9529), is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.I. Terborg-Wijnaldum in aanwezigheid van griffier M.A.J. Arts. Vanwege coronamaatregelen is de uitspraak nog niet openbaar uitgesproken, maar zal dit worden gedaan zodra mogelijk.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.