ECLI:NL:RBDHA:2020:5549
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening en Duits visum
Eisers, van Myanmarese nationaliteit, dienden asielaanvragen in Nederland in, die niet in behandeling werden genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, mede vanwege het feit dat Duitsland hen een Schengenvisum verstrekte.
Eisers voerden aan dat zij in Duitsland zouden worden blootgesteld aan onmenselijke en vernederende behandeling, met verwijzing naar het Handvest van de grondrechten van de EU en mogelijke schendingen van opvangrichtlijnen, en dat Duitsland niet voldoet aan internationale verplichtingen, waaronder het risico op refoulement.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat Duitsland structurele tekortkomingen vertoont in opvang en rechtsmiddelen. Het beroep op het arrest Cimade leidt niet tot een ander oordeel omdat dit arrest ziet op minimumniveaus in de verzoekende lidstaat.
De rechtbank concludeert dat de beroepen kennelijk ongegrond zijn en verklaart deze ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de asielaanvragen worden niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is.