ECLI:NL:RBDHA:2020:5553
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening met Slovenië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat in Slovenië sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure en opvang, waardoor hij risico zou lopen op onmenselijke behandeling.
De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat Slovenië zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Slovenië dit niet doet. Zijn verblijf van acht tot tien dagen in Slovenië en zijn verklaring dat hij de opvang niet heeft afgewacht omdat hij wilde doorreizen, bieden geen persoonlijke ervaring die het standpunt van verweerder ondermijnt.
De rechtbank stelt vast dat eiser zich bij problemen in Slovenië kan wenden tot de daarvoor aangewezen autoriteiten en dat er geen bewijs is dat deze autoriteiten hem niet kunnen of willen helpen. Het enkele feit dat hij is gevraagd naar zijn reisroute wijst niet op systeemfouten of een reëel risico op onmenselijke behandeling. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Slovenië wordt ongegrond verklaard.