De moeder verzocht op grond van artikel 1:253a BW vervangende toestemming om met haar drie minderjarige kinderen te verhuizen naar een andere gemeente, waar zij met haar nieuwe echtgenoot wil samenwonen. De vader verzette zich tegen de verhuizing vanwege het belang van het contact met de kinderen en de impact van de afstand.
De rechtbank nam kennis van de feiten, waaronder het gezamenlijk gezag, de bestaande zorgregeling en de woon- en werksituaties van beide ouders en de nieuwe partner van de moeder. De moeder is hoofdverzorger en de kinderen zijn relatief jong en flexibel, met meerdere eerdere verhuizingen. De nieuwe partner van de moeder is vanwege zijn werk gebonden aan de nieuwe woonplaats.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de moeder om met haar nieuwe gezin samen te wonen zwaarder weegt dan het belang van de vader om de kinderen in de huidige woonplaats te houden. De impact op het contact met de vader wordt gecompenseerd door een mogelijke uitbreiding van het contact in het weekend. Beide ouders worden verwezen naar mediation om de zorgregeling na verhuizing in goed overleg aan te passen.
De rechtbank verleende de moeder vervangende toestemming voor de verhuizing en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.