ECLI:NL:RBDHA:2020:5746
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument voor gemeenschapsonderdaan met verblijfsrecht in Frankrijk
Eiser, een Indiase staatsburger met verblijfsrecht in Frankrijk, vroeg om een verblijfsdocument in Nederland op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de criteria uit het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie, aangezien zijn minderjarige Nederlandse zoon niet gedwongen is de Unie te verlaten als aan eiser geen verblijf in Nederland wordt toegestaan.
Eiser voerde aan dat hij onterecht niet op bezwaar is gehoord en dat hem toch een verblijfsrecht in Nederland toekomt op grond van het genoemde arrest. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van een situatie waarin het kind feitelijk gedwongen wordt de Unie te verlaten, omdat Frankrijk als lidstaat alle rechten biedt die aan het Unieburgerschap zijn verbonden.
De rechtbank stelde vast dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat het beroep daarom ongegrond moest worden verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Nooijen en griffier I.N. Powell, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser een geldig verblijfsrecht in Frankrijk heeft en geen bijzondere situatie is vastgesteld die een verblijfsrecht in Nederland rechtvaardigt.