ECLI:NL:RBDHA:2020:5769
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoekster, met de Ugandese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag af omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak via een Skype-verbinding vanwege coronamaatregelen.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is zolang de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Aangezien op dezelfde dag uitspraak werd gedaan in de hoofdzaak, was een voorlopige voorziening niet meer mogelijk.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter L.A. Banga, met griffier A. Vranken, en niet in een openbare zitting vanwege de coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.