ECLI:NL:RBDHA:2020:5778
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom en termijn
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank stelt vast dat verweerder te laat is met het nemen van een besluit en dat eiser hem op 19 september 2019 in gebreke heeft gesteld. Sindsdien zijn twee weken verstreken, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank berekent de dwangsom die verweerder moet betalen over de periode van 4 oktober 2019 tot 15 november 2019 op € 1.442,-. Verweerder heeft aangegeven dat er achterstanden zijn in de behandeling van asielaanvragen en kan geen concrete termijn geven voor het besluit in deze zaak. De rechtbank legt daarom een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 7.500,-. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van € 262,50 aan proceskosten aan eiser. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en bepaalt dat verweerder binnen de gestelde termijn alsnog een besluit moet nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen acht weken alsnog beslissen en een dwangsom betalen.