Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 17 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
- eiser verklaarde dat zijn naam [eiser] is, hij geboren is op [geboortedatum] te Conakry, Guinee, en behoort tot de bevolkingsgroep Fula;
- eiser verklaarde dat zijn vader problemen had met de autoriteiten waardoor zijn familie in de negatieve belangstelling is geraakt.
Eiser wordt vooralsnog gevolgd in de door hem opgegeven identiteit, nationaliteit en herkomst. Eiser wordt echter niet gevolgd in zijn verklaringen over de problemen die hij zou hebben ondervonden met de Guineese autoriteten. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw op grond van deze verklaringen.
“In 2015 was ik iets ouder en als wij onze moeder gingen bezoeken, vertelde mijn moeder veel over het verleden en over mijn vader. Ze gaf mij veel advies. Op een gegeven moment had ik opgemerkt, gezien mijn leeftijd, dat ik voorzichtig moest doen.” In de correcties en aanvullingen is deze verklaring niet gecorrigeerd. De beroepsgrond faalt.