De rechtbank Den Haag heeft op 11 juni 2020 uitspraak gedaan in een zaak tegen een minderjarige verdachte geboren in 2004, die werd beschuldigd van het opzettelijk verkopen van XTC-pillen en het bezit van professioneel vuurwerk. De verdachte heeft beide feiten bekend, waarbij de rechtbank het bewijs heeft beoordeeld en vastgesteld dat de handel op 15 augustus 2019 heeft plaatsgevonden en het vuurwerk op 21 augustus 2019 in zijn bezit was.
De rechtbank heeft het feit van handel in drugs als ernstig beoordeeld vanwege de bijdrage aan de instandhouding van verslaving en de gezondheidsrisico's voor de afnemers, waaronder minderjarige meisjes die negatieve gevolgen ondervonden. Ook het bezit van professioneel vuurwerk werd als ernstig beschouwd vanwege het gevaar voor personen en goederen.
Hoewel de verdachte geen eerdere justitiële contacten had en persoonlijke omstandigheden gunstig waren, vond de rechtbank een jeugddetentie niet passend gezien zijn leeftijd en blanco strafblad. Er werd rekening gehouden met reeds ondervonden negatieve gevolgen zoals voorlopige hechtenis en schoolverwijdering.
De rechtbank legde een werkstraf op van 30 uur, waarvan 24 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar, en bepaalde dat de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht op het onvoorwaardelijke deel. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten.