ECLI:NL:RBDHA:2020:5890
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel wegens statushouder Griekenland
Eisers, een alleenstaande moeder met twee minderjarige kinderen, vroegen een verblijfsvergunning asiel aan, maar verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat zij internationale bescherming in Griekenland genieten. Eisers voerden aan dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, en dat zij als bijzonder kwetsbaar moesten worden beschouwd vanwege hun persoonlijke omstandigheden en ervaringen in Griekse opvangkampen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk verklaarde op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het arrest Ibrahim van het Hof van Justitie van de EU. De rechtbank vond dat de omstandigheden van eisers, waaronder het alleenstaande moederschap en de psychische en medische problemen, onvoldoende waren onderbouwd met objectieve stukken om bijzondere kwetsbaarheid aan te nemen.
Daarnaast was het aan eisers om aan te tonen dat het vertrouwen in de Griekse bescherming niet langer gerechtvaardigd was, wat zij niet hadden gedaan, ook niet met betrekking tot de situatie rond het coronavirus. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.