ECLI:NL:RBDHA:2020:5918
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod Albanees
Eiser, een Albanese nationaliteit dragende vreemdeling, kreeg op 16 september 2019 een terugkeerbesluit opgelegd met een inreisverbod van twee jaar door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat het besluit gebrekkig gemotiveerd was, het gehoor onzorgvuldig was verlopen en dat verweerder onvoldoende had onderzocht of humanitaire redenen bestonden om af te zien van het besluit.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht aannam dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, gelet op diverse zware en lichte gronden zoals het niet op juiste wijze binnenkomen, het niet meewerken aan identiteitsvaststelling en het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats. Het gehoor vond plaats via videoverbinding, waarbij eiser niet kon aantonen dat het onderbroken had moeten worden. Verweerder had voldoende vragen gesteld over persoonlijke omstandigheden en bijzondere redenen om af te zien van het inreisverbod.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen bijzondere, individuele omstandigheden had aangevoerd die een verkorting of afzien van het inreisverbod rechtvaardigden. Het argument dat Albanië mogelijk toetreedt tot de EU werd als een toekomstige en onzekere gebeurtenis beoordeeld, die niet in aanmerking kon worden genomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard.