ECLI:NL:RBDHA:2020:5925
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens onbevoegde burgemeester
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht op 15 juni 2020 om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt, geboren in 1950, die feitelijk verbleef in een verpleeginrichting. De burgemeester van Den Haag had op 12 juni 2020 een last tot inbewaringstelling afgegeven, terwijl cliënt zich op dat moment in een andere gemeente bevond. Volgens artikel 29 lid 1 van Pro de Wet zorg en dwang dient de burgemeester van de gemeente waar cliënt zich feitelijk bevindt de inbewaringstelling af te geven.
Tijdens de telefonische zitting op 18 juni 2020, gehouden vanwege COVID-19 maatregelen, werd vastgesteld dat cliënt niet in staat was zich inhoudelijk uit te spreken. De arts verklaarde dat cliënt verward en onrustig was en zich tegen het verblijf verzette, wat de reden was voor de inbewaringstelling. De advocaat voerde aan dat de inbewaringstelling niet rechtsgeldig was omdat de bevoegde burgemeester niet had gehandeld.
De rechtbank stelde vast dat de inbewaringstelling nietig was wegens onbevoegdheid van de burgemeester. Gezien de toestand van cliënt en de intentie om alsnog een geldige inbewaringstelling aan te vragen bij de bevoegde burgemeester, wees de rechtbank het verzoek tot machtiging af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens onbevoegde burgemeester.