ECLI:NL:RBDHA:2020:5958
Rechtbank Den Haag
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening in asielzaak
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ingetrokken nadat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zich niet verzette tegen de toewijzing daarvan. Verzoeker verzocht vervolgens om proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a Awb.
De voorzieningenrechter overweegt dat voor toewijzing van proceskostenvergoeding vereist is dat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in het specifieke doel van de voorlopige voorziening, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel tijdens de bezwaar- of beroepsprocedure.
In deze zaak heeft de staatssecretaris echter geen voorlopige maatregel getroffen of de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit opgeschort, maar slechts aangegeven zich niet te verzetten tegen de voorlopige voorziening. Daarom is geen sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb en wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag en er is geen rechtsmiddel mogelijk tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door het bestuursorgaan.