ECLI:NL:RBDHA:2020:5962

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juni 2020
Publicatiedatum
2 juli 2020
Zaaknummer
NL19.26597 en NL19.26599
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding wegens te late besluitvorming door Staatssecretaris

Verzoekers zijn in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat verzoekers in beroep waren gegaan, heeft de Staatssecretaris alsnog een beslissing genomen. Hierop hebben verzoekers het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om de proceskosten toe te kennen.

De rechtbank oordeelt dat verzoekers recht hebben op vergoeding van proceskosten omdat de beslistermijn is overschreden. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) wordt een vast bedrag toegekend vanwege de inschakeling van een professionele juridische hulpverlener. Omdat de zaken als samenhangend worden gezien en de procedure alleen over de overschrijding van de beslistermijn gaat, wordt een lager bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5.

De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan verzoekers. De uitspraak is gedaan door rechter V.E. van der Does en griffier M. Bos, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Verzet is mogelijk binnen zes weken na bekendmaking.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan verzoekers wegens overschrijding beslistermijn.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL19.26597 en NL19.26599

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer [V-nummer] , verzoeker, en
[verzoekster], V-nummer [V-nummer] , verzoekster, hierna gezamenlijk: verzoekers
(gemachtigde: mr. A.J. van der Werff-Dost), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: B. de Jong).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om vergoeding van hun proceskosten. Verweerder heeft op 15 april 2020 laten weten dat hij bereid is de proceskosten van
verzoekers te vergoeden tot een bedrag van € 262,50.

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
De rechtbank kan beslissen dat een van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Verzoekers zijn op 5 november 2019 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op hun aanvragen. Op 1 april 2020 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op hun aanvragen. Verzoekers hebben daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken. Verzoekers hebben daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Omdat verweerder pas nadat verzoekers in beroep zijn gegaan een beslissing heeft genomen, krijgen verzoekers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bbp is dit een vast bedrag omdat verzoekers een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hun een beroepschrift in te dienen. Omdat de rechtbank de zaken als samenhangende zaken ziet, wordt een bedrag toegekend zoals deze in één zaak zou worden gegeven. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt bovendien een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 262,50.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50 aan proceskosten.
Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog, voor zover nodig, in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op:
18 juni 2020

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u hiertegen in verzet. U moet hiervoor binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt een verzetschrift indienen. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.