Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], V-nummer [V-nummer] , verzoekster, hierna gezamenlijk: verzoekers
Rechtbank Den Haag
Verzoekers zijn in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat verzoekers in beroep waren gegaan, heeft de Staatssecretaris alsnog een beslissing genomen. Hierop hebben verzoekers het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht om de proceskosten toe te kennen.
De rechtbank oordeelt dat verzoekers recht hebben op vergoeding van proceskosten omdat de beslistermijn is overschreden. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) wordt een vast bedrag toegekend vanwege de inschakeling van een professionele juridische hulpverlener. Omdat de zaken als samenhangend worden gezien en de procedure alleen over de overschrijding van de beslistermijn gaat, wordt een lager bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5.
De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan verzoekers. De uitspraak is gedaan door rechter V.E. van der Does en griffier M. Bos, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Verzet is mogelijk binnen zes weken na bekendmaking.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €262,50 aan proceskosten aan verzoekers wegens overschrijding beslistermijn.