ECLI:NL:RBDHA:2020:5965

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 juni 2020
Publicatiedatum
2 juli 2020
Zaaknummer
NL20.11592
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • J.M. Janse van Mantgem
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden in vreemdelingenzaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten, maar eiser heeft deze niet vermeld. De rechtbank heeft eiser meerdere malen uitstel verleend om de gronden alsnog in te dienen, met een uiterste termijn van 19 juni 2020.

Eiser heeft de gronden pas op 22 juni 2020 ingediend, buiten de gestelde termijn, zonder verontschuldiging voor het verzuim. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Janse van Mantgem en griffier A.C. Karels op 23 juni 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld bij dezelfde rechtbank.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.11592

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], geboren op [geboortedatum] , van [nationaliteit] nationaliteit, eiser
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. H.K. Westerhof),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 29 mei 2020 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 28 mei 2020 (het bestreden besluit).

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid - het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft, op verzoek van eiser, op 4 juni 2020 uitstel verleend voor het indienen van de gronden tot 13 juni 2020. Op 15 juni 2020 heeft de rechtbank wederom op verzoek van eiser de termijn verlengd en medegedeeld dat uiterlijk op 19 juni 2020 de gronden de gronden moeten zijn ingediend..
4. Eiser heeft op 22 juni 2020 de gronden ingediend. Dat is niet binnen de gestelde termijn.
5. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 23 juni 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.