ECLI:NL:RBDHA:2020:5966

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 juni 2020
Publicatiedatum
2 juli 2020
Zaaknummer
NL20.8972
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • J.M. Janse van Mantgem
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55c AwbArt. 8:55d AwbArt. 611c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken besluit in zin van Awb

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet betalen van een dwangsom die was opgelegd bij een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag. De dwangsom betrof een bedrag van €100 per dag voor het overschrijden van een beslistermijn. Verweerder heeft in een brief van 19 maart 2020 medegedeeld dat slechts één dwangsom voor het hele gezin wordt opgelegd. Eiseres betoogt dat deze brief onderdeel is van het asielbesluit en daarom vatbaar is voor beroep.

De rechtbank overweegt dat de brief van verweerder geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat het geen publiekrechtelijke rechtshandeling betreft. Het geschil over de betaling van de dwangsom valt onder het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waardoor de bestuursrechter niet bevoegd is om hierover te oordelen.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De rechtbank wijst eiseres op de toepasselijkheid van de artikelen 8:55c en 8:55d Awb, die verwijzen naar het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor dwangsommen vastgesteld door de bestuursrechter.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet is gericht tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.8972

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], geboren op [geboortedatum] van [nationaliteit] nationaliteit, eiseres
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. C.C. Westermann-Smit),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Op 16 april 2020 heeft eiseres beroep ingesteld in verband met het niet betalen van een dwangsom die is opgelegd door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, bij uitspraak van 4 oktober 2019 (NL19.18719).
Op 30 april 2020 heeft eiseres aanvullende gronden ingediend.
Op 20 mei 2020 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Bij bovengenoemde uitspraak van 4 oktober 2019 heeft de rechtbank bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom verbeurt van € 100,- voor elke dag waarmee de termijn voor het nemen van een besluit wordt overschreden. Ten aanzien van de echtgenoot van eiseres heeft de rechtbank een zelfde uitspraak gedaan (NL19.18718).
3. Bij brief van 19 maart 2020 heeft verweerder bericht dat slechts één dwangsom voor het hele gezin wordt opgelegd. Uit de gronden van beroep blijkt dat alleen de rechterlijke dwangsom op naam van de echtgenoot van eiseres van € 11.100,- is uitbetaald.
4. Eiseres merkt in haar beroepschrift uitdrukkelijk op dat het beroep niet is gericht tegen ‘het niet tijdig beslissen’. Eiseres voert aan dat nu de brief van 19 maart 2020 een begeleidende brief is bij het besluit op de asielaanvraag van eiseres, deze brief deel uitmaakt van het asielbesluit en daarom vatbaar is voor beroep. Omdat ten aanzien van eiseres de rechterlijke uitspraak van 4 oktober 2019 niet wordt uitgevoerd is het besluit onrechtmatig.
5. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de in de brief van 19 maart 2020 vastgestelde rechterlijke dwangsom geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb, omdat geen sprake is van een publiekrechtelijke rechtshandeling. Op een geschil over de betaling van dwangsommen is het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing. De bestuursrechter is niet bevoegd.
6. Naar het oordeel van de rechtbank stelt verweerder zich terecht op voorgaand standpunt. Het beroep is niet gericht tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. Dat de brief een begeleidende brief is bij een asielbesluit maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. De rechtbank zal het beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
7. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
8. De rechtbank wijst eiseres op het bepaalde in de artikelen 8:55c en 8:55d, tweede lid, van de Awb, waarin is bepaald dat de artikelen 611c en 611g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing zijn op door de bestuursrechter vastgestelde bestuurlijke en aan zijn uitspraak verbonden dwangsommen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier.
Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.