Art. 7:7 WvggzArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Machtiging voortzetting crisismaatregel bij borderline persoonlijkheidsstoornis en PTSS
De rechtbank Den Haag behandelde op 25 juni 2020 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 WvggzPro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1997 en verblijvend in een zorgaccommodatie. De crisismaatregel was oorspronkelijk opgelegd op 19 juni 2020.
Tijdens de zitting werden betrokkene, haar moeder, de behandelend psychiater en de advocaat gehoord. Betrokkene gaf aan niet langer in de instelling te willen verblijven en vond verplichte zorg niet meer nodig. De psychiater stelde dat betrokkene onvoldoende autonomie kan handhaven en dat bepaalde vormen van verplichte zorg, zoals toediening van vocht, voeding en medicatie, noodzakelijk blijven.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door gedrag voortvloeiend uit een borderline persoonlijkheidsstoornis en PTSS. Niet alle verzochte vormen van verplichte zorg werden noodzakelijk geacht; sommige werden afgewezen. De machtiging werd beperkt tot één week en omvatte alleen de noodzakelijke zorgvormen zoals medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht en opname in een accommodatie.
De rechtbank benadrukte het recht van betrokkene op eigen leveninrichting, maar vond bescherming tegen zelfschadelijk gedrag noodzakelijk gezien de ernstige voorgeschiedenis en het ontbreken van een concreet behandelplan. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent voor één week een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met beperkte verplichte zorg.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/594765 / FA RK 20-3919
Datum beschikking: 25 juni 2020
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikkingnaar aanleiding van het op 22 juni 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[de vrouw]
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1997, [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats]
advocaat: mr. J.C. Herweijer te Rijswijk Zh.
Procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 juni 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 19 juni 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente
een op 19 juni 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater 1] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 juni 2020.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 TijdelijkePro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:
- de [psychiater 2] en de [afdelingsarts] , beide in aanwezigheid van betrokkene;
- de moeder van betrokkene;
- de advocaat van betrokkene.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht door de officier van justitie, is de officier van justitie niet telefonisch gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft verklaard dat zij niet langer in de instelling wil blijven, ook omdat het niet nodig is. Zij kan zich houden aan de afspraken.
De moeder van betrokkene merkt op dat [de vrouw] op dit moment niet zelfstandig genoeg is.
De psychiater geeft aan dat het betrokkene niet lukt om haar eigen autonomie te handhaven. Betrokkene vindt het moeilijk haar grenzen aan te geven en wordt overspoeld door emoties. Ze kan geen beroep doen op anderen omdat zij dan worden overvraagd. Betrokkene heeft anderen hard nodig, maar overbelast hen op dit moment nog te veel met haar gedrag.
De verzochte vormen van verplichte zorg worden besproken. De psychiater merkt op dat een aantal verzochte vormen niet langer noodzakelijk worden geacht, echter ziet hij wel belang in het toedienen van vocht en voeding en merkt hij op dat dit niet los kan worden gezien van het toedienen van medicatie. Betrokkene heeft de afgelopen dagen gegeten en gedronken.
De advocaat van betrokkene bepleit namens haar cliënt afwijzing van het verzoek omdat zij, mede gezien haar jonge leeftijd, het recht heeft om zelf te kiezen hoe zij haar leven invulling geeft. Een behandeling op vrijwillige basis is mogelijk, een gedwongen opname brengt betrokkene steeds verder achterop in het moeizame proces om te komen tot een leven met een aanvaardbaar niveau van autonomie
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten borderline persoonlijkheidsstoornis en PTSS.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
Ter zitting is gebleken dat toedienen van vocht en voeding, onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, als vormen van verplichte zorg niet langer noodzakelijk zijn. De rechtbank zal het verzoek in zoverre afwijzen.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande en hetgeen ter zitting door de advocaat en behandelend psychiater naar voren is gebracht, ziet de rechtbank aanleiding om de duur van de af te geven machtiging te beperken tot één week.
De rechtbank overweegt daartoe dat betrokkene het recht heeft om haar eigen leven in de richten maar ook dat zij, in aanmerking nemend de recente ernstige voorgeschiedenis, dient te worden beschermd tegen wat zij zichzelf aan zou kunnen doen. Omdat er veel gevaarlijke situaties zijn geweest en omdat er op dit moment geen concreet behandelplan is acht de rechtbank het niet verantwoord om de machtiging in zijn geheel af te wijzen.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van één weekten aanzien van:
[de vrouw]
geboren op [geboortedag] 1997, [geboorteplaats]
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 juli 2020;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, bijgestaan door K.A.M. Boeije als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 juni 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 1 juli 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.