ECLI:NL:RBDHA:2020:5979
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verhuurder tegen erfgenaam na beneficiaire aanvaarding nalatenschap
De zaak betreft een vordering van verhuurder MW Escamplaan B.V. (MWE) tegen erfgenaam [gedaagde], die de nalatenschap van haar overleden vader beneficiair heeft aanvaard. MWE vordert betaling van huurachterstanden, ontruimingskosten en gebruiksvergoeding na het overlijden van de huurder, de vader van [gedaagde].
Na het overlijden van de huurder eindigde de huurovereenkomst automatisch. De woning werd niet tijdig ontruimd en MWE liet deze uiteindelijk ontruimen. Vijf van de zes erfgenamen verwierpen de nalatenschap, terwijl [gedaagde] deze beneficiair aanvaardde en als vereffenaar optrad. MWE stelt dat [gedaagde] tekortschiet in haar vereffenaarstaken en daardoor aansprakelijk is voor de vordering.
De kantonrechter oordeelt dat de vorderingen van MWE zijn ontstaan vóór de beneficiaire aanvaarding en dat de aansprakelijkheid van de vereffenaar voor schulden van de nalatenschap niet terugwerkt op het privévermogen voor schulden die vóór aanvaarding zijn ontstaan. Daarom wijst de kantonrechter de vordering af en veroordeelt MWE in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de verhuurder wordt afgewezen omdat de erfgenaam beneficiair heeft aanvaard en niet aansprakelijk is voor de schulden van de nalatenschap die vóór aanvaarding zijn ontstaan.