ECLI:NL:RBDHA:2020:6018
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en artikel 17
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Nederland Duitsland als verantwoordelijke lidstaat heeft aangewezen.
De rechtbank overweegt dat eiser niet heeft aangetoond hoe hij door het beleid van verweerder met betrekking tot artikel 17 van Pro de Dublinverordening is benadeeld. Verweerder heeft gemotiveerd dat er geen sprake is van onevenredige hardheid of een bijzonder samenstel van factoren dat de behandeling van het asielverzoek in Nederland rechtvaardigt.
Het arrest M.A. van het Hof van Justitie van de EU bevestigt dat lidstaten discretionaire beoordelingsbevoegdheid hebben bij de toepassing van artikel 17 en Pro dat verweerder geen onjuist toetsingskader heeft gehanteerd.
De rechtbank wijst ook het argument af dat de feitelijke overdracht aan Duitsland vanwege het coronavirus niet kan plaatsvinden, omdat dit een tijdelijk feitelijk beletsel is dat de vaststelling van Duitsland als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig maakt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.