De rechtbank Den Haag behandelde op 16 juni 2020 een verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor onvrijwillige opname en verblijf van een cliënt met een licht verstandelijke beperking en een stoornis in het middelengebruik.
De cliënt verblijft al vele jaren vrijwillig in de instelling en wil dit ook voortzetten. De zorgaanbieders en deskundigen stelden dat de cliënt zich moeilijk houdt aan afspraken, geen ziektebesef heeft, zorgmijdend gedrag vertoont en bij drugsgebruik psychotische verschijnselen krijgt, wat ernstig nadeel veroorzaakt. Een rechterlijke machtiging zou structuur en zorg kunnen bieden.
De advocaat van de cliënt voerde aan dat de machtiging niet nodig is en verwees naar een vergelijkbare eerdere uitspraak waarin het verzoek werd afgewezen. De rechtbank overwoog dat de wettelijke criteria voor onvrijwillige opname niet zijn vervuld en dat het stappenplan en andere wettelijke mogelijkheden minder ingrijpende alternatieven bieden.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.