ECLI:NL:RBDHA:2020:6066
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen omgevingsvergunning voor het Waaggebouw in Krimpen aan de Lek
De vergunninghoudster heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van het Waaggebouw, bestaande uit 10 appartementen en een commerciële ruimte, op een locatie in Krimpen aan de Lek. Verweerder heeft deze vergunning verleend, waarna eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen het besluit.
Eiseres betoogt dat het bestemmingsplan te ruime gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden biedt, niet langer actueel is en dat het Waaggebouw niet past op de locatie, met negatieve gevolgen voor het winkelplein en het Cultuurhuis. Tevens stelt zij dat er geen behoefte is aan het gebouw en dat de belangen van omwonenden en winkeliers onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank overweegt dat het bouwplan voldoet aan het bestemmingsplan, het Bouwbesluit, de Bouwverordening en de redelijke eisen van welstand. Omdat geen van de in artikel 2.10 van de Wabo genoemde weigeringsgronden zich voordoet, is verweerder gebonden de vergunning te verlenen. Het bestemmingsplan is onherroepelijk en niet evident in strijd met hogere regelgeving. De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen schending van de beginselen van behoorlijk bestuur.
De uitspraak is gedaan door rechter A.C. de Winter op 23 juni 2020, waarbij de zitting vanwege corona via Skype plaatsvond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het Waaggebouw wordt ongegrond verklaard.