ECLI:NL:RBDHA:2020:6067
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor functiewijziging bedrijfsruimte naar woningen wegens strijd bestemmingsplan
Eiser heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het veranderen van bedrijfsruimtes aan een laan tot zes woningen met bijbehorende ateliers. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, heeft de vergunning geweigerd omdat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan dat de gronden bestemd houdt voor ambachtelijke bedrijven en parkeervoorzieningen.
Het gemeentelijk beleid, vastgelegd in het Actieprogramma kleinschalige bedrijfsruimte, beschermt bedrijfsruimte tegen functiewijziging om de vraag naar kleinschalige bedrijfsunits te waarborgen. Eiser stelde dat het bouwplan past binnen de ruimtelijke uitgangspunten van de Agenda Ruimte voor de Stad en dat er geen netto verlies aan bedrijfsruimte is, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder in redelijkheid tot zijn besluit kon komen.
De rechtbank benadrukte dat de bevoegdheid tot het verlenen van een vergunning voor strijdig gebruik discretionair is en dat het beleid expliciet functiewijziging van bedrijfsruimte wil voorkomen. Ook het argument dat parkeerplaatsen op het binnenterrein gerealiseerd kunnen worden, maakte het besluit niet onredelijk.
Omdat het bouwplan strijdig is met het bestemmingsplan en er een imperatieve weigeringsgrond bestaat, behoefde verweerder niet in te gaan op andere bezwaren zoals het Bouwbesluit. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens strijd met het bestemmingsplan en gemeentelijk beleid.