Uitspraak
REchtbank DEN Haag
[verzoeker] en anderen, te [woonplaats] , verzoekers,
het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest (verweerder I) en
Eventmaat B.V.(vergunninghoudster), te Oegstgeest.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen vier besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest en de burgemeester zelf, die vergunningen en ontheffingen verleenden voor een tijdelijk terras in park Oegstgeest gedurende de periode van 3 juli tot en met 1 augustus 2020.
De voorzieningenrechter heeft het spoedeisend belang erkend, maar oordeelt dat de besluiten, ondanks enkele gebreken in de ruimtelijke onderbouwing, geluidsonderzoek, parkeerinzicht en natuuraspecten, niet zodanig onrechtmatig zijn dat een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. De belangenafweging is onvoldoende gemotiveerd, maar verzoekers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het terras zal leiden tot onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat.
Ook de vrees voor verkeers- en parkeerhinder, geluidsoverlast, verstoring van de openbare orde en vooringenomenheid van de overheid zijn niet voldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter volgt de uitleg dat het project niet kwalificeert als evenement en ziet geen aanleiding om de vergunningen voorlopig te schorsen.
De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vergunningen voor het tijdelijke terras wordt afgewezen.