Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Tot slot stelt eiseres dat zij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 16 december 2019, waarin haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) werd afgewezen omdat zij haar identiteit niet kon aantonen.
De rechtbank overweegt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat zonder voldoende bewijs van identiteit en familierechtelijke relatie geen beoordeling van het familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro kan plaatsvinden. Eiseres heeft geen officiële of onofficiële documenten overgelegd die haar identiteit bevestigen, en haar stelling dat zij vanwege haar vlucht uit Eritrea geen documenten kan overleggen is onvoldoende onderbouwd.
Hoewel eiseres in beroep een Soedanese arbeidskaart en een aanvraag voor DNA-onderzoek heeft overgelegd, worden deze niet in de beoordeling betrokken omdat ze niet tijdig zijn ingebracht en onvoldoende bewijs leveren. De rechtbank ziet geen aanleiding het beroep aan te houden in afwachting van DNA-onderzoek.
De rechtbank concludeert dat verweerder het bezwaar terecht ongegrond heeft verklaard en dat er geen schending van de hoorplicht heeft plaatsgevonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens het niet aantonen van haar identiteit.