Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
Inkomsten man, resp. vrouw
De man is in de horeca-onderneming werkzaam. De vrouw houdt zich bezig met de opvoeding van de kinderen en huishoudelijke zaken.
Uitgangspunt
De alimentatie
Rechtbank Den Haag
Partijen zijn gescheiden en hebben een echtscheidingsconvenant waarin afspraken zijn gemaakt over de verdeling van de onderneming en alimentatieverplichtingen. De man moest de vrouw een uitkoopsom van €46.000,- betalen in termijnen van €1.000,- per maand tot juni 2020, waarna partner- en kinderalimentatie zouden volgen.
De vrouw vordert betaling van de achterstallige termijnen van april en mei 2020, een voorschot op partner- en kinderalimentatie, en kinderalimentatie vanaf juni 2020. De man erkent de achterstallige betalingen maar betwist draagkracht voor verdere alimentatie.
De rechtbank oordeelt dat de achterstallige termijnen onbetwist zijn en toewijst. De partneralimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de behoefte en verdiencapaciteit van de vrouw. Voor kinderalimentatie wordt een voorschot van €50,- per maand toegewezen, omdat de man naar voorlopig oordeel onvoldoende draagkracht heeft, mede door coronacrisis. Iedere partij draagt eigen proceskosten.
Uitkomst: Man veroordeeld tot betaling van achterstallige termijnen en voorschot kinderalimentatie, partneralimentatie afgewezen.