ECLI:NL:RBDHA:2020:626

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 januari 2020
Publicatiedatum
28 januari 2020
Zaaknummer
C/09/586699 / FA RK 20-43
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Wet zorg en dwangArt. 3.2.3 Wet langdurige zorg
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel

Op 9 januari 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Delft een last tot inbewaringstelling afgegeven voor de cliënt, een vrouw geboren in 2001, vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht op 10 januari 2020 om een machtiging tot voortzetting van deze inbewaringstelling op grond van artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek op 14 januari 2020. Tijdens de zitting werden de cliënt, haar advocaat, vertegenwoordigers van stichting MEE, behandelaren, een Wzd-arts, een psychiater en de ouders gehoord. Er werd vastgesteld dat het gedrag van de cliënt, veroorzaakt door een combinatie van haar verstandelijke handicap en diabetes, onmiddellijk dreigend ernstig nadeel oplevert, waaronder levensgevaar, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en bedreiging van haar veiligheid.

De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en proportioneel is om dit ernstig nadeel te voorkomen, en dat er geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar zijn. De machtiging werd verleend voor een periode van zes weken, tot en met 25 februari 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/586699 / FA RK 20-43
Datum beschikking: 14 januari 2020
Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
Beschikkingnaar aanleiding van het op 10 januari 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[de vrouw]
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ,
wonende te Nootdorp,
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. D. Poot te Leiden.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op
10 januari 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking van de burgemeester van de gemeente Delft van 9 januari 2020;
- de op 9 januari 2020 ondertekende verklaring van een ter zake kundige arts,
[arts] , die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was, en
- het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van
23 mei 2019.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
14 januari 2020.
1.3
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- de cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
- mevr. [A.] namens stichting MEE;
- [behandelaar] uitvoerend behandelaar van cliënt;
- [adviseur] adviseur zorgbemiddeling;
- dhr. [arts] , WZD arts, tevens geneesheer-directeur van de accommodatie;
- [psychiater] , en
- de ouders van cliënt.

2.verweer

De cliënt heeft geen verweer gevoerd tegen het verzochte.

3.Beoordeling

3.1
Op 9 januari 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Delft ten behoeve van de cliënt een last tot inbewaringstelling afgegeven.
3.2
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er
sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de cliënt als gevolg van (een combinatie van) haar verstandelijke handicap en somatische problematiek te weten diabetes, ernstig nadeel veroorzaakt.
3.3
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van de cliënt al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt.
3.3.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
3.4
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van 6 weken.

4.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van
[de vrouw]
geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 februari 2020.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Bruining, rechter, bijgestaan door
dhr. A.U. Hatuina als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 januari 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 januari 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.