ECLI:NL:RBDHA:2020:6270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen e-mail HR-Servicedesk inzake sportkosten declaratie
Eiser, een politieambtenaar, diende een digitaal formulier in om sportkosten te declareren. De HR-Servicedesk reageerde per e-mail dat de betreffende sportschool niet onder de regeling viel en verwees naar een alternatieve regeling met belastingvoordeel, waarbij de kosten uit 2017 niet meer konden worden ingediend.
Eiser diende vervolgens een bezwaarschrift in tegen deze reactie, maar dit werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Eiser stelde dat de e-mail van de HR-Servicedesk een besluit was waartegen bezwaar mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de e-mail geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro betreft, maar slechts informatie bevatte over de regeling. Het digitale formulier was bedoeld voor vragen en niet voor het indienen van een aanvraag om onkostenvergoeding. Hierdoor was het bezwaar niet-ontvankelijk en het beroep ongegrond.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de beslistermijn van artikel 7:10 Awb Pro niet was aangevangen, zodat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk werd verklaard. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of dwangsom.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.H. Smits en griffier I.N. Powell, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de e-mail van de HR-Servicedesk is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard.