ECLI:NL:RBDHA:2020:6279

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juli 2020
Publicatiedatum
10 juli 2020
Zaaknummer
AWB 19/8773
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk na afwijzing beroep verblijfsvergunning

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen na intrekking van zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd met terugwerkende kracht per 17 november 2014. Het primaire besluit tot intrekking dateert van 12 april 2019. Het bezwaar van verzoeker tegen dit besluit is ongegrond verklaard bij besluit van 30 september 2019. Verzoeker stelde vervolgens beroep in tegen dit bestreden besluit.

De voorzieningenrechter toetst het verzoek om voorlopige voorziening aan artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat het beroep in de hoofdzaak (zaaknummer AWB 19/7503) reeds is behandeld en op 22 juni 2020 via een videoverbinding ongegrond is verklaard, ontbreekt de vereiste connexiteit voor het treffen van een voorlopige voorziening.

Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. van Nooijen en griffier I.N. Powell, en zal op een later moment openbaar worden uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep reeds is afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 19/8773
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 juli 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening van

[verzoeker] , verzoeker, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde mr. M. Erik),
tegen

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 12 april 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aan verzoeker verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, ingetrokken per 17 november 2014 met terugwerkende kracht.
Bij besluit van 30 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen tot op het beroep is beslist.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), voor zover hier van belang, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank een voorlopige voorziening treffen indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb, voor zover hier van belang, kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder het verzoek ter zitting te hebben behandeld, indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. De voorzieningenrechter acht in dit geval termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:83, derde lid, van de Awb gelet op het volgende.
De rechtbank heeft heden het beroep in de procedure met zaaknummer AWB 19/7503 – na behandeling hiervan ter zitting op 22 juni 2020 via een videoverbinding (Skype) – ongegrond verklaard, zodat niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van Pro de Awb neergelegde connexiteitsvereiste.
3. Het verzoek zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van
mr. I.N. Powell, griffier.
Als gevolg van de maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.