ECLI:NL:RBDHA:2020:6282
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteitsvereiste
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag behandelde op 2 juli 2020 het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Dit verzoek betrof een voorlopige voorziening behorend bij een lopende bestuursrechtelijke procedure (zaaknummer AWB 19/8483).
De voorzieningenrechter baseerde zijn oordeel op artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat bepaalt dat een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dit vereist en er een verband (connexiteit) bestaat met een lopende hoofdzaak. Op dezelfde dag verklaarde de rechtbank het hoofdberoep van verzoeker ongegrond.
Door deze uitspraak is niet langer voldaan aan de connexiteitsvereiste, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting vanwege de coronamaatregelen en kan niet in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de connexiteitsvereiste.