Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
- mr. G. Janssen namens verzoeksters,
- verweerder.
Rechtbank Den Haag
Verzoeksters, het Bedrijfspensioenfonds voor het Bakkersbedrijf en het Sociaal Fonds Bakkersbedrijf, hebben een faillissementsverzoek ingediend tegen verweerder op basis van niet betaalde pensioenpremies en een onherroepelijk dwangbevel. Verweerder betwist dat hij onder de verplichtstelling valt, omdat hij zijn bakkerij als vennootschap onder firma had gestaakt en zijn onderneming voortzette als eenmanszaak met activiteiten die volgens hem niet onder de verplichtstelling vallen.
Tijdens de raadkamerzittingen op 10 december 2019 en 14 januari 2020 heeft de rechtbank verzoeksters gevraagd nader onderzoek te doen naar de aard van de onderneming van verweerder. Dit onderzoek is echter niet verricht. Verzoeksters volstaan met het formele dwangbevel, dat volgens hen rechtskracht heeft omdat verweerder geen verzet heeft ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het faillissementsverzoek een ingrijpend middel is en dat het gemotiveerde verweer van verweerder niet is weerlegd. Het formele karakter van het dwangbevel is onvoldoende om nader onderzoek achterwege te laten. Omdat verzoeksters geen nader onderzoek hebben gedaan, is het verzoek onvoldoende onderbouwd. De vordering van verzoekster 2 blijft onbesproken omdat deze niet tot faillissement kan leiden. Het verzoek tot faillietverklaring wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het faillissementsverzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de verplichtstelling tot pensioenfondsdeelname.