ECLI:NL:RBDHA:2020:6293
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en tienjarig inreisverbod wegens opiumdelict zonder humanitaire uitzonderingen
Eiser, een Surinaamse staatsburger, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 46 maanden wegens medeplegen van een opiumdelict. Naar aanleiding hiervan heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een terugkeerbesluit en een inreisverbod van tien jaar opgelegd, omdat eiser geen verblijfsrecht heeft en een actuele bedreiging vormt voor de openbare orde.
Eiser voerde aan dat hem ten onrechte geen langere vertrektermijn is gegeven en dat het inreisverbod niet had mogen worden opgelegd vanwege humanitaire redenen en onvoldoende motivering. De rechtbank oordeelde dat eiser geen omstandigheden had aangevoerd die het onthouden van een vertrektermijn disproportioneel maken en dat het beroep op de Terugkeerrichtlijn niet slaagt.
Verder heeft de staatssecretaris volgens de rechtbank voldoende onderzoek gedaan en eiser de mogelijkheid geboden zijn belangen te uiten. Eiser heeft geen concrete humanitaire gronden aangevoerd om het inreisverbod te verkorten of te laten vervallen. Ook de stelling dat toekomstige ontwikkelingen tijdens detentie het inreisverbod zouden moeten verhinderen, werd verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter J.J.P. Bosman op 2 juli 2020 en kan binnen vier weken worden bestreden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het tienjarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard.