Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
[de man] ,
Procesverloop
18 juni 2020;
Standpunten ter zitting
Beoordeling
acutemaatschappelijke teloorgang
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met een verstandelijke beperking en psychische stoornis. De cliënt verblijft momenteel in een crisisaccommodatie en verzet zich tegen voortzetting. De burgemeester had eerder een last tot inbewaringstelling afgegeven vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
Tijdens de mondelinge behandeling werden verklaringen gehoord van begeleiders, een gedragsdeskundige, artsen en de cliënt zelf. De cliënt gaf aan liever elders te verblijven en verzette zich tegen opname in een kliniek voor verstandelijk beperkten. De advocaat betoogde dat voortzetting niet proportioneel is en dat de duur beperkt zou moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor de veiligheid van personen en goederen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar en overplaatsing naar een meer geschikte plek is niet op korte termijn gegarandeerd.
Op grond hiervan werd de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verleend voor de duur van zes weken, tot en met 4 augustus 2020. Afwijzing van overige verzoeken volgde. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verleend voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.