ECLI:NL:RBDHA:2020:6435
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging voortzetting inbewaringstelling cliënt met verstandelijke beperking en verslavingsproblematiek
De rechtbank Den Haag behandelde op 2 juli 2020 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot machtiging voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met een verstandelijke beperking, PTSS, trauma en verslavingsproblematiek. De cliënt vertoonde acuut gevaarlijk gedrag, waaronder dreiging met zelfdoding en zelfverwonding, en was recent agressief binnen zijn woongroep. De instelling waar hij verbleef kon geen adequate bescherming bieden.
De burgemeester van Den Haag had op 28 juni 2020 een last tot inbewaringstelling afgegeven vanwege onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De gedragsdeskundige en psychiater bevestigden de problematiek en het ontbreken van beschikbare Wzd-crisisplekken in de regio. De cliënt werd uit nood geplaatst in een GGZ-instelling, wat juridisch niet optimaal is maar noodzakelijk vanwege het acuut gevaar.
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en proportioneel is, omdat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en de veiligheid van de cliënt voorop staat. De machtiging werd verleend voor zes weken, met de verwachting dat betrokken behandelaars spoedig een passende plaatsing zullen realiseren. De rechtbank erkende de problematiek van de scheiding tussen Wvggz en Wzd bij multi-problematiek en benadrukte het belang van snelle en veilige crisisopvang.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens acuut gevaar en gebrek aan passende crisisplekken.