ECLI:NL:RBDHA:2020:6454
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens suïciderisico
De rechtbank Den Haag behandelde op 3 juli 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1958 en woonachtig in een accommodatie. Betrokkene lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis die leidt tot ernstig nadeel, waaronder een persisterende doodswens en meerdere suïcidepogingen.
De rechtbank nam kennis van medische verklaringen, een zorgplan, een beoordeling van de geneesheer-directeur en overige relevante documenten. Tijdens de mondelinge behandeling, die telefonisch plaatsvond vanwege COVID-19 maatregelen, gaf betrokkene aan somber te zijn en dat medicatie geen effect heeft. De arts benadrukte het hoge risico op suïcide en het ontbreken van medicamenteuze opties.
De rechtbank oordeelde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De voorgestelde zorgmaatregelen, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname, zijn evenredig en effectief. De machtiging wordt verleend tot en met 3 januari 2021, met afwijzing van overige verzoeken.
Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging tot en met 3 januari 2021 voor verplichte geestelijke gezondheidszorg wegens een hoog suïciderisico.