Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
[de vrouw] ,
Procesverloop
- de [specialist ouderengeneeskunde 2] en de [verpleegkundige] , in aanwezigheid van cliënt;
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 26 juni 2020 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor een cliënt geboren in 1938, die lijdt aan een ernstige psychogeriatrische aandoening met dementie en schizofrenie. Cliënt vertoonde ernstige verwaarlozing, ondervoeding en lichamelijke vervuiling, en was niet meer in staat de regie over haar leven te voeren.
Ondanks mentorschap en bewindvoering was er sprake van ernstige teloorgang en verloedering van de woning, en cliënt vertoonde hinderlijk en agressief gedrag richting anderen. De medische deskundigen stelden dat cliënt 24-uurs zorg en toezicht nodig heeft, wat alleen in een verpleeghuis kan worden geboden. Cliënt verzette zich tegen opname en wilde terug naar huis, maar ambulante zorg werd als onvoldoende beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat voldaan was aan de wettelijke criteria van de Wet zorg en dwang (Wzd) en verleende de machtiging voor zes maanden, tot uiterlijk 26 december 2020. Er waren geen minder ingrijpende alternatieven om ernstig nadeel te voorkomen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden verleend vanwege ernstige psychogeriatrische aandoening en noodzakelijke 24-uurs zorg.