ECLI:NL:RBDHA:2020:6564
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding griffierecht en proceskosten na intrekking beroep tegen piketroosterbesluit
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand om haar niet in te plannen op het piketrooster voor Bopz-zaken in de eerste helft van 2019. Na de bezwaarprocedure heeft verweerder het beleid gewijzigd en het beroep van eiseres tegemoetgekomen. Tijdens de zitting trok eiseres haar beroep in, behoudens het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank constateert dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb verplicht is het betaalde griffierecht van €174,- te vergoeden. Hoewel eiseres zichzelf vertegenwoordigde en daardoor normaal gesproken geen recht heeft op proceskostenvergoeding, heeft verweerder zich bereid verklaard één punt te vergoeden. De rechtbank veroordeelt verweerder daarom tot vergoeding van €525,- aan proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter C.S.F. de Nijs en griffier J.A. Leijten. Vanwege coronamaatregelen is de uitspraak niet openbaar uitgesproken maar zal deze later alsnog worden gepubliceerd. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.