ECLI:NL:RBDHA:2020:6575
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens niet tijdig voldoen aan inburgeringsplicht bevestigd
Eiseres was verplicht om binnen drie jaar te voldoen aan de inburgeringsplicht op grond van de Wet inburgering. Zij had de termijn, die eenmaal was verlengd vanwege de geboorte van twee kinderen, niet gehaald. Verweerder legde haar daarom een bestuurlijke boete van €1.250 op.
Eiseres voerde aan dat zij door haar persoonlijke omstandigheden, waaronder haar analfabetisme, het gezin met twee jonge kinderen en de psychische problemen van haar echtgenoot, niet in staat was om de inburgeringscursussen te volgen. Zij stelde dat zij geen verwijt treft en dat verweerder onvoldoende rekening hield met haar situatie.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de omstandigheden van eiseres wel degelijk heeft meegewogen, maar dat eiseres onvoldoende inspanningen heeft verricht om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Er rust geen verplichting op verweerder om inburgeraars te ondersteunen. De opgelegde boete is proportioneel en in overeenstemming met de beleidsregels. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht wordt ongegrond verklaard.