ECLI:NL:RBDHA:2020:6615
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep in vreemdelingenrechtelijke zaak
Eiser was in het bezit van een verblijfsrecht dat door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd beëindigd en hij werd ongewenst verklaard. Na bezwaar werd dit besluit alsnog gegrond verklaard. Eiser stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening, maar trok deze later in nadat het bezwaar was toegekend.
De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenvergoeding op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat verweerder aan eiser tegemoet was gekomen door het bezwaar toe te kennen en het beroep werd ingetrokken, was verweerder gehouden de proceskosten te vergoeden.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €1.575,-, inclusief griffierecht, en veroordeelde verweerder tot betaling hiervan. Er was geen mogelijkheid tot hoger beroep tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het beroep.