ECLI:NL:RBDHA:2020:6626
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van vrees voor mishandeling en eerwraak
Eiseres, van Russische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vrees voor mishandeling en doodsbedreigingen door haar ex-man, die in Noorwegen veroordeeld is voor huiselijk geweld tegen haar. Daarnaast vreesde zij dat haar huidige echtgenoot gevaar loopt door conflicten in Rusland.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de vrees voor toekomstige mishandelingen en eerwraak. De rechtbank oordeelde dat hoewel de identiteit en de bedreigingen door de ex-man geloofwaardig zijn, de vrees voor toekomstige mishandeling niet aannemelijk is gemaakt. Eiseres had onder meer haar telefoonnummer veranderd en was zelfs kort teruggekeerd naar de woonplaats van haar ex-man zonder incidenten.
De rechtbank achtte het onbegrijpelijk dat eiseres haar paspoort aan haar ex-man gaf ondanks de bedreigingen en concludeerde dat zij onvoldoende heeft aangetoond dat zij bescherming van autoriteiten niet kan krijgen. Het beroep werd ongegrond verklaard, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de vrees voor mishandeling en eerwraak.