ECLI:NL:RBDHA:2020:6651
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek op grond van ongeloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid en vernietiging paspoort
Eiser, met de Syrische en Venezolaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij vanwege oorlog in Syrië, bedreigingen en discriminatie in Venezuela en zijn homoseksuele gerichtheid bescherming nodig had. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, onder meer omdat eiser zijn Venezolaanse paspoort zelf had vernietigd en zijn homoseksuele gerichtheid onvoldoende aannemelijk was.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn afstand van de Venezolaanse nationaliteit en zijn homoseksuele gerichtheid summier en oppervlakkig had toegelicht. Ondanks gelegenheid tot nadere toelichting bleef zijn relaas op dit punt ongeloofwaardig. Verweerder mocht ook meewegen dat eiser weinig kennis had van LHBTI-organisaties en onvoldoende uitleg gaf over de combinatie van zijn seksuele gerichtheid en islamitische geloof.
De rechtbank verwierp de beroepsgronden, waaronder de verwijzing naar een verklaring van een partner en het verzoek tot het horen van deze derde. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de homoseksuele gerichtheid en vernietiging van het paspoort.