De rechtbank behandelt een geschil tussen twee erfgenamen over de verdeling van de nalatenschap van hun overleden vader, waarbij notariskosten en terugbetalingen van bankopnames centraal staan.
De vader was bij testament overleden en had zijn kinderen tot erfgenamen benoemd, die gezamenlijk executeurs waren. De notaris bracht kosten in rekening die door één executeur werden gemaakt zonder gezamenlijke opdracht, wat door de rechtbank niet als kosten van de nalatenschap werd aangemerkt. De vordering om deze kosten uit de nalatenschap te betalen werd afgewezen.
Verder vorderde één partij terugbetaling van bedragen die door de andere partij van de bankrekening van de overledene waren afgeschreven. De rechtbank oordeelde dat deze opnames vermoedelijk met instemming van de overledene waren gedaan en wees de terugvordering af.
De rechtbank stelde vast dat de erfgenamen ieder recht hebben op een gelijk deel van het banksaldo na aftrek van de notariskosten. De gemachtigde erfgenaam werd bevoegd om de verdeling te effectueren en de bankrekening te sluiten. Proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd vanwege de familierelatie.