ECLI:NL:RBDHA:2020:6671
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Verzoekers, allen van Myanmarese nationaliteit, hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen vanwege de Dublinverantwoordelijkheid van Duitsland.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag al uitspraak heeft gedaan op het beroep zelf, is het indienen van een voorlopige voorziening niet meer mogelijk.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.P.W. van de Ven, in aanwezigheid van griffier M. Belhaj. Er staat geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.