ECLI:NL:RBDHA:2020:6699
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking marktvergunning wegens niet-naleving aanwezigheidsplicht ondanks medische situatie
Eiser had marktvergunningen voor standplaatsen op vrijdag en zaterdag op een markt in Den Haag. Vanaf januari 2018 stelde de marktmeester vast dat eiser zijn standplaatsen niet persoonlijk innam gedurende de gehele marktdag, wat in strijd is met artikel 3:2, derde lid, van het Marktreglement Den Haag 2016. Verweerder wees het verzoek van eiser om ontheffing van de aanwezigheidsplicht af en trok vervolgens de marktvergunningen in.
Eiser voerde aan dat zijn medische situatie met hartritmestoornissen en bijbehorende klachten zoals duizeligheid en hartkloppingen hem belemmerde om aan de aanwezigheidsplicht te voldoen. Hij stelde dat handhavend optreden onevenredig was gezien zijn persoonlijke omstandigheden en het belang van zijn inkomen.
De rechtbank oordeelde dat de medische stukken onvoldoende aantonen dat eiser niet in staat was om zijn standplaatsen persoonlijk in te nemen, zeker gezien het feit dat eiser personeel in dienst had voor inspannende werkzaamheden. Tevens vond de rechtbank dat het handhaven van de aanwezigheidsplicht gerechtvaardigd is vanwege het algemeen belang, het gelijk speelveld voor ondernemers en het voorkomen van doorverhuur. De overige persoonlijke omstandigheden van eiser rechtvaardigen geen afwijking van het intrekken van de vergunningen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde zij het bestreden besluit van verweerder. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de marktvergunningen wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.