ECLI:NL:RBDHA:2020:6721
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht EU-onderdaan en ongewenstverklaring wegens winkeldiefstal en wapenbezit
Eiser, een Poolse onderdaan die sinds 2012 als seizoenarbeider in Nederland verblijft, werd veroordeeld voor winkeldiefstal en vuurwapenbezit. Verweerder beëindigde daarop het verblijfsrecht van eiser en verklaarde hem ongewenst vanwege een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor de samenleving.
Eiser betwistte deze beoordeling en stelde dat zijn gedrag sinds de veroordelingen geen bedreiging vormt en dat hij een arbeidsverleden in Nederland heeft. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat eiser een actuele bedreiging vormt, mede vanwege het korte tijdsbestek waarin twee strafbare feiten werden gepleegd en het ontbreken van bewijs voor gedragswijziging.
Verder weegt de rechtbank mee dat eiser niet heeft aangetoond dat hij een regulier bestaan in Nederland opbouwde. Ook het feit dat het vuurwapen niet werd gebruikt voor een misdrijf doet niet af aan de ernst van de bedreiging. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van het verblijfsrecht en de ongewenstverklaring.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht en de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.