ECLI:NL:RBDHA:2020:6796
Rechtbank Den Haag
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak Dublin Kroatië verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Tijdens de zitting op 7 juli 2020, waar verzoeker niet aanwezig was, is het verzoek om voorlopige voorziening behandeld samen met een soortgelijke zaak (NL20.11491).
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, is het verzoek om voorlopige voorziening niet meer mogelijk en wordt het afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. E.I. Terborg-Wijnaldum, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank al heeft beslist op het beroep.