ECLI:NL:RBDHA:2020:6809
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-behandeling asielaanvragen wegens Dublinverantwoordelijkheid
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling zijn genomen. De grond hiervoor was dat respectievelijk Frankrijk en Italië verantwoordelijk zijn voor de behandeling van hun asielaanvragen op grond van het Dublinverdrag.
De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan omdat verzoekers na uitleg over hun recht om gehoord te worden, geen gebruik hebben gemaakt van dit recht. De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist.
Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummers NL20.11338 en NL20.11340), is een voorlopige voorziening niet meer mogelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter de verzoeken af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.P.W. van de Ven en griffier C.H. Gall. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.