ECLI:NL:RBDHA:2020:6819
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde op 14 juli 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en middelenmisbruik. Betrokkene verbleef in een accommodatie en wilde terug naar huis, maar er was sprake van een ernstig risico op terugval vanwege gebrek aan ziektebesef en inzicht.
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege COVID-19 telefonisch plaatsvond, betoogden betrokkene en haar advocaat dat ambulante zorg volstaat. De arts bevestigde dat betrokkene vooruitgang had geboekt, maar dat stabilisatie noodzakelijk is voordat terugkeer naar huis mogelijk is. De rechtbank concludeerde dat vrijwillige zorg niet toereikend is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel zoals levensgevaar, ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang af te wenden.
De rechtbank achtte de voorgestelde vormen van verplichte zorg proportioneel en effectief, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting, toezicht, en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen en bezoekrecht bij ontremd gedrag. De zorgmachtiging wordt verleend tot en met 29 december 2020, met de expliciete beperking dat beperkingen in vrijheid niet mogen worden ingezet ter toeleiding naar een curator.
De beschikking is gegeven door rechter C.M. van der Kleijn en griffier A.U. Hatuina, en schriftelijk vastgesteld op 16 juli 2020. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging tot en met 29 december 2020 met noodzakelijke vormen van verplichte zorg.